Page 10 - Roker Proat 2008 nr.4
P. 10

ik op de kaart van Overijssel al gezien waarlangs en waardoor de
          treinreis gaat. Veel bos en hei, rozerood en geel op de kaart.

          In Hardenberg stappen we uit. Hoe we op de boerderij komen weet ik
          niet meer, per auto, fiets of boerenkar.

                                                         Op de boerderij slaap
                                                         ik in een klein
                                                         kamertje aan de
                                                         rechterkant van de
                                                         boerderij.
                                                         ’s Morgensvroeg
                                                         wassen bij de pomp,
                                                         net als in de avond.

                                                         Daarna mee naar de
          koeien op het land die met de hand gemolken worden. Varkens
          voeren, ruik nog de geur van de slobber die de varkens kregen, eieren
          uit het kippenhok halen en graan strooien. De kalveren voeren. Alles
          vind ik prachtig om te doen.

          Met paard en wagen naar het roggeveld waar de rogge werd gemaaid.
          De schoven binden en overeind zetten.
          Hooien en dan terug rijden boven op de hooiwagen.
          Spelen met jongens uit de buurt in de Radewijkerbeek.
          Er was één ding wat ik niet leuk vind, eng zelfs. Dat is op een paard
          zitten. Op de boerderij hebben ze een stuk of drie paarden, één ervan
          is een Belgisch trekpaard. Voor mij is dat een ontzagwekkend groot
          dier. Ome Broek zet me op dit paard, mijn benen ver uit elkaar op de
          brede rug en niets anders dan
          de manen om me vast te
          houden. Eén ding weet ik zeker,
          ik wil er van af.
          Als de veertien dagen voorbij zijn
          brengt ome Broek mij, per trein,
          terug naar huis.
          Volgens mijn ouders ben ik zo
          zwart als de nacht, niet in de teil
          geweest, alleen het gezicht en
          de handen bij de pomp
          gewassen.
                                            5
   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15